Lectio Divina

Wat is Lectio Divina?

Lectio Divina (“heilige lezing”) is een Latijnse uitdrukking die verwijst naar een gebedsmethode ontwikkeld door de kerkvaders. Vertrekkend vanuit de lezing van een spirituele tekst — de Bijbel of geschriften van christelijke auteurs (lectio) — gaat men over tot de overweging van diezelfde tekst (meditatio), vervolgens tot een gesprek met God (oratio), en eindigt men in een stille luisterhouding voor God (contemplatio).
Lectio Divina leidt uiteindelijk tot het beoefenen van goede daden (actio). Ze zet ons aan tot handelen.

Lectio Divina kan zowel individueel als in groep worden beoefend.

De stappen

Lectio

Vooraleer te lezen is het belangrijk om geleidelijk over te gaan van de gewone mentale toestand naar een meer contemplatieve en biddende houding. Enkele momenten van diepe, regelmatige ademhaling en een kort gebed waarin men de Heilige Geest uitnodigt om de gebedstijd te leiden, helpen om zich voor te bereiden en verhogen de vruchtbaarheid van de Lectio.

Wanneer de voorbereiding voltooid is, begint men met de lezing. Lees de tekst langzaam, meerdere keren.

Meditatio

Overweeg de tekst en denk na over hoe hij toegepast kan worden in het eigen leven. Sta stil bij woorden of uitdrukkingen die een bijzondere betekenis lijken te hebben. Deze zeer persoonlijke lezing van de Schrift en haar toepassing op het eigen leven mag niet worden verward met exegese.

Oratio

Beantwoord de tekst door het hart te openen voor God. Dit is geen intellectuele oefening, maar het begin van een gesprek met God.

Contemplatio

Luister naar God. Dit is een loslaten van de eigen gedachten, zowel alledaagse als heilige. Het gaat om het luisteren naar wat God tot ons wil zeggen. We openen onze geest, ons hart en onze ziel voor Gods invloed. Elke echte dialoog laat beide partijen spreken; dit — voor velen minder vertrouwde — moment opent ons voor Gods stem.

Actio

Matteüs 7,24
“Daarom, ieder die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt, lijkt op een verstandig man die zijn huis op de rots bouwde.”

Lucas 1,45
“Zalig zij die geloofd heeft, want wat haar vanwege de Heer is gezegd, zal in vervulling gaan.”

Historiek

Introductie in het Westen

In het Westen worden de principes van Lectio Divina rond het jaar 220 geformuleerd door Origenes. Hij stelt dat men de Bijbel met aandacht, volharding en gebed moet lezen om er werkelijk vrucht uit te halen, en benadrukt dat de Schrift op verschillende betekenislagen gelezen kan worden.

In de 4e eeuw wordt Lectio Divina in het Westen ingevoerd door Ambrosius van Milaan.
Augustinus maakt er een fundament van voor het monastieke gebed, een traditie die wordt voortgezet door de kerkvader Hilarius van Poitiers.
Césaire van Arles beveelt Lectio Divina aan voor zowel geestelijken als leken.

Middeleeuwen

De woestijnvaders en de kerkvaders onderwijzen reeds het luisteren en de twee eerste fasen van de Lectio.

In de 6e eeuw neemt Benedictus van Nursia Lectio Divina op in de Regel van Benedictus.
Bernardus van Clairvaux, de laatste van de kerkvaders, benadrukt haar belang binnen de cisterciënzer traditie.

De systematisering van Lectio Divina in vier stappen dateert uit de 12e eeuw. Rond 1150 schrijft Guigo II de Kartuizer, monnik van de kartuizerorde, het werk Scala Claustralium (“de ladder van de monnik”), waarin hij de methode van de vier stappen uiteenzet: lezing, meditatie, gebed en contemplatie.
De lezing zoekt het gelukzalige leven, de meditatie vindt het, het gebed vraagt het, de contemplatie smaakt het (vgl. Sources Chrétiennes nr. 163).

Dominicus Guzmán, stichter van de dominicanen, breidt de solitaire Lectio Divina in Spanje uit tot een “gemeenschappelijke rondtrekkende” praktijk.

Renaissance

Johannes van het Kruis verdiept in de 16e eeuw de fase van de Contemplatio.

Protestantse hervormers zoals Johannes Calvijn in Frankrijk en Zwitserland, en Richard Baxter in Engeland, bevelen eveneens de Lectio Divina aan.

De protestantse theoloog August Hermann Francke beschrijft de methode van meditatief bidden met de Schrift in zijn traktaat Kurzer Unterricht, wie man die Heilige Schrift zu seiner wahren Erbauung lesen sollte (“Hoe men de Heilige Schrift moet lezen voor ware opbouw”).

20e en 21e eeuw

Zie ook: Dei Verbum.

In het midden van de 20e eeuw ontstaat een hernieuwde belangstelling voor Lectio Divina, onder meer in gezinnen en gebedsgroepen.
In 1965 beveelt het Tweede Vaticaans Concilie in de constitutie Dei Verbum (par. 25 en 26) en in de apostolische exhortatie Verbum Domini de Lectio Divina aan, niet alleen voor de geestelijkheid — die haar altijd heeft beoefend — maar voor alle christenen.

In de 21e eeuw wordt paus Benedictus XVI een vurige promotor ervan. Op 16 september 2005 herlanceert hij de praktijk bij de herdenking van 40 jaar Dei Verbum.

Lectio Divina

Hieronder vind je een uitstekende uitleg van de Lectio Divina door pater Michael Casey OCSO, een cisterciënzermonnik die woont in de abdij van Tarrawarra in Australië. Met meer dan zestig jaar monastiek leven, schrijven en spiritueel onderricht biedt pater Michael een rijke en toegankelijke introductie tot de Lectio Divina: wat het is, hoe je het beoefent en hoe God tot ons spreekt door de Schrift.

Voor wie het Engels niet goed beheerst, is het mogelijk om automatisch vertaalde ondertitels in te schakelen.

In deze video leert u:

  • Wat Lectio Divina werkelijk betekent
  • Hoe het verschilt van een gewone lezing
  • Hoe u uw hart voorbereidt voordat u de Schrift leest
  • Waarom langzaam en aandachtig lezen de ziel opent
  • Hoe God spreekt via de tekst, het geweten en de geest
  • Wat u kunt doen wanneer er “niets lijkt te gebeuren”
  • Praktische tips om bijbelboeken te kiezen
  • Hoe het dagelijks lezen van de Schrift ons geestelijk leven op de lange termijn vormt

Ik kan eenvoudigweg getuigen dat ik alles wat hij zegt herken in mijn dagelijkse praktijk. Soms heb ik maar twintig minuten om te oefenen en te schrijven, soms meer, en soms wel vier uur. En af en toe wijd ik zelfs mijn hele dag aan de Lectio en aan de teksten die daaruit voortkomen.

Ik ben het eens met zijn praktische adviezen voor het kiezen van bijbelboeken, al volg ik zelf de lezingen van de dag die de katholieke Kerk aanreikt voor de mis van die dag. Die keuze is tegelijk spiritueel en pragmatisch.

Spiritueel gezien houd ik erg van de structuur die zich ontvouwt in deze driejarige cyclus. Deze precieze en oude liturgische structuur heeft als doel om de gelovigen het geheel van de Schrift op een geordende manier te laten horen. Deze structuur heet het lectionarium. De theologische logica ervan helpt mij om stap voor stap het geheel van de heilsgeschiedenis te ontdekken. Ze brengt het Oude en het Nieuwe Testament met elkaar in dialoog om hun vervulling in Christus te tonen, en verankert het luisteren naar het Woord in het ritme van het liturgische jaar (Advent, Kerstmis, Vastentijd, Pasen, door het jaar). En dat laatste brengt me bij de pragmatische reden.

De reden is namelijk ook pragmatisch, omdat ik meezing in koren voor de zondagsmissen en de plechtige vieringen. Dat werk betrekt me al intens bij de lezingen van de dag, en daarom lijkt het me coherenter en vruchtbaarder om mijn keuze van teksten voor de Lectio Divina met diezelfde lijn te verbinden. Door het zo aan te pakken, verrijken mijn contemplaties tijdens de Lectio het werk van het zingen — maar het is even verrassend om te zien hoezeer het zingen op zijn beurt de Lectio verrijkt. Alle emotionele, lichamelijke, verbeeldende en psychische vermogens worden daardoor sterker betrokken bij de Lectio, wat haar, door de genade van de Heilige Geest, nog levendiger maakt.

Comments are closed.